Digitaal Taalboek Spelling
HET DIGITAAL TAALBOEK: Spelling
Geef de juiste HIER nummers door die je wilt inoefenenSpelling 1ste leerjaar1. Gedekte klinker 'a' in gesloten lettergreep2. Gedekte klinker 'e' in gesloten lettergreep 3. Gedekte klinker 'i' in gesloten lettergreep 4. Gedekte klinker 'o' in gesloten lettergreep 5. Gedekte klinker 'u' in gesloten lettergreep 6. Vrije klinker 'aa' in gesloten lettergreep 7. Vrije klinker 'ee' in gesloten lettergreep 8. Vrije klinker 'oo' in gesloten lettergreep 9. Vrije klinker 'uu' in gesloten lettergreep 10. Vrije klinker 'ie' in gesloten lettergreep 11. Vrije klinker 'oe' in gesloten lettergreep 12. Vrije klinker 'eu' in gesloten lettergreep 13. Vrije klinker 'ee' aan het einde van een woord 14. Doffe klinker in open lettergreep 15. Tweeklank 'ei' 16. Tweeklank 'ij' 17. Tweeklank 'ui' 18. Woorden met één medeklinker vooraan eindigend op klinker of tweeklank 19. Woorden met één klinker of tweeklank vooraan en één medeklinker achteraan 20. Woorden met één medeklinker vooraan en achteraan Spelling 2de leerjaar1. Gedekte klinker 'a' in gesloten lettergreep 2. Gedekte klinker 'e' in gesloten lettergreep 3. Gedekte klinker 'i' in gesloten lettergreep 4. Gedekte klinker 'o' in gesloten lettergreep 5. Gedekte klinker 'u' in gesloten lettergreep 6. Vrije klinker 'aa' in gesloten lettergreep 7. Vrije klinker 'ee' in gesloten lettergreep 8. Vrije klinker 'oo' in gesloten lettergreep 9. Vrije klinker 'uu' in gesloten lettergreep 10. Vrije klinker 'ie' in gesloten lettergreep 11. Vrije klinker 'oe' in gesloten lettergreep 12. Vrije klinker 'eu' in gesloten lettergreep 13. 'ie' in open lettergreep 14. 'oe' in open lettergreep 15. 'eu' in open lettergreep 16. Vrije klinker 'a-' in een open lettergreep 17. Vrije klinker 'e-' in een open lettergreep 18. Vrije klinker 'o-' in een open lettergreep 19. Vrije klinker 'u-' in een open lettergreep 20. a en o en u op het einde van een woord 21. 'ee' aan het einde van een woord of een lettergreep 22. De doffe klinker in een onbeklemtoonde lettergreep 23. Voorvoegsels be-, ge- en ver- 24. Tweeklank 'ei' 25. Tweeklank 'ij' 26. Tweeklank 'ui' 27. Tweeklank 'aai' 28. Tweeklank 'oei' 29. Tweeklank 'ooi' 30. Tweeklank 'eeuw' 31. Tweeklank 'ieuw' 32. Tweeklank 'ou' 33. Tweeklank 'au' 34. Tweeklanken gevolgd door een doffe lettergreep 35. Woorden met één medeklinker vooraan eindigend op klinker of tweeklank 36. Woorden met twee medeklinkers vooraan en eindigend op klinker of tweeklank 37. Woorden met één klinker of tweeklank vooraan en meer medeklinkers achteraan 38. Woorden met één medeklinker vooraan en achteraan 39. Woorden met 2 medeklinkers vooraan en één achteraan 40. Woorden met 3 medeklinkers vooraan en één achteraan 41. Woorden met één medeklinker vooraan en 2 achteraan 42. Woorden met één medeklinker vooraan en meer achteraan 43. Woorden met 2 medeklinkers vooraan en 2 achteraan 44. Woorden met 'sch-' of 'schr-' 45. Woorden met '-ch-' 46. Woorden met 'd' achteraan 47. Woorden met 'g' achteraan 48. Woorden met '-ng' 49. Woorden met '-nk' 50. Verdubbeling van de medeklinker 51. Woorden met een '-n' aan het einde van een doffe lettergreepSpelling 2de graad aansluitend bij de 1ste graad1. Gedekte klinker 'a' in gesloten lettergreep 2. Gedekte klinker 'e' in gesloten lettergreep 3. Gedekte klinker 'i' in gesloten lettergreep 4. Gedekte klinker 'o' in gesloten lettergreep 5. Gedekte klinker 'u' in gesloten lettergreep 6. Vrije klinker 'aa' in gesloten lettergreep7. Vrije klinker 'ee' in gesloten lettergreep 8. Vrije klinker 'oo' in gesloten lettergreep9. Vrije klinker 'oe' in gesloten lettergreep 10. Vrije klinker 'ie' in gesloten lettergreep 11. Vrije klinker 'ee' aan het einde van een lettergreep 12. Woorden met een onbeklemtoonde lettergreep 13. De doffe klinker in voorvoegsels: be- , ge-, ver- 14. De doffe klinker in voorvoegsels : be- , ge-, ver- 15. Tweeklank ei 16. Tweeklank ij 17. Tweeklank ui 18. Tweeklanken aai, oei, ooi, eeuw en ieuw 19. Tweeklank ou 20. Tweeklank au 21. Tweeklanken gevolgd door een doffe lettergreep 22. Woorden met -ch bij het begin/einde van een lettergreep 23. Woorden met -d achteraan of op het eind van een lettergreep 24. Woorden met -g achteraan of op het eind van een lettergreep 25. Woorden met -ng 26. Woorden met -nkSpelling 3de leerjaar1. Vrije klinker 'a' in open lettergreep 2. Vrije klinker 'e' in open lettergreep 3. Vrije klinker 'o' in open lettergreep 4. Vrije klinker 'u' in open en gesloten lettergreep 5. De doffe klinker: -eren, -elen, -enen 6. 'a' in open lettergreep van oorspronkelijk vreemde woorden 7. vrije klinker voor -ch 8. Verkleinwoorden op -je(s) 9. Verkleinwoorden op -tje(s) en -pje(s) 10. Verdubbeling van de medeklinker na 'a' 11. Verdubbeling van de medeklinker na 'e' 12. Verdubbeling van de medeklinker na 'i' 13. Verdubbeling van de medeklinker na 'o' 14. Verdubbeling van de medeklinker na 'u' 15. Woorden met een bijzondere uitspraak Spelling 4de leerjaar1. Vrije klinker 'a' in open lettergreep 2. Vrije klinker 'e' in open lettergreep 3. Vrije klinker 'o' in open lettergreep 4. Verdubbeling van de medeklinker na 'a','e', 'i', 'o' en 'u' 5. De doffe klinker in achtervoegsels: -ig, -ige, -erig(e) en elig(e) 6. De doffe klinker in achtervoegsels: -(e)lijk, (e)lijke 7. De doffe klinker in frequente woorden op -em, op -ik, op -is, op -ond 8. Dubbele medeklinker in samenstellingen Spelling 3de graad aansluitend bij de 1ste graad1. Woorden met een gedekte klinker in een gesloten lettergreep 2. Woorden met een vrije klinker in een gesloten lettergreep 3. Woorden met ie, oe en eu in open lettergreep 4. Vrije klinker in een open lettergreep: -a 5. Vrije klinker in een open lettergreep -e 6. Vrije klinker in een open lettergreep -o 7. Vrije klinker in een open lettergreep -u 8. 'ee' aan het einde van een woord 9. Doffe klinker -eren, -elen, -enen 10. Doffe klinker -ig, -ige 11. Doffe klinker -(e)lijk, -(e)lijke 12. 'a' in open lettergreep van oorspronkelijk vreemde woorden 13. Tweeklank ei 14. Tweeklank ij 15. Tweeklank ui 16. Tweeklanken aai, ooi, oei, ieuw en eeuw 17. Tweeklanken au en ou 18. Tweeklanken gevolgd door een doffe lettergreep 19. Woorden met ch 20. Woorden met d achteraan 21. Woorden met -ng 22. Woorden met -nk 23. Verdubbeling van de medeklinker na 'a' , 'e', 'i', 'o' en 'u' 24. Dubbele medeklinker in samenstellingenSpelling 5de leerjaar1. Vrije klinker ee als é 2. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals: fabrikant 3. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals: radio 4. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals: materiaal 5. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals: Belgisch 6. Vrije klinker i als ij in: bijzonder 7. Medeklinkercombinaties in moeilijke woorden 8. Het achtervoegsel -heid : waarheid 9. Het achtervoegsel -teit : kwaliteit 10. Woorden uitgesproken met s als t geschreven in -ti: station 11. Woorden uitgesproken met s als t geschreven in -tie: politie 12. Woorden uitgesproken met s geschreven als c : centiem 13. Woorden uitgesproken met k, geschreven als c : speculaas 14. Woorden met tweemaal een c, eenmaal uitgesproken als s, de andere keer als k : circus15. Woorden uit het Engels 16. Woorden uit het Frans 17. Woorden met een bijzondere uitspraak: markt 18. Woorden met th: theater 19. Woorden met een weglatingsteken aan het begin van een woord: 's ochtends 20. Woorden op een vrije klinker -a, -i, -o, -u, -y waaraan 's wordt toegevoegd: opa's 21. Woorden met een koppelteken in samenstellingen van aardrijkskundige namen en hun afleidingen22. Woorden met een deelteken zoals knieën 23. Woorden met een deelteken zoals feeën 24. Woorden met een deelteken zoals BelgiëSpelling 6de leerjaar1. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals: fabrikant 2. Woorden uitgesproken met k, geschreven als c : speculaas 3. Vrije klinker ee als -ai: trainen 4. Vrije klinker o als -eau: bureaus 5. Vrije klinker in woorden met -ueel 6. Vrije klinker ie als i geschreven in woorden zoals serieus 7. Vrije klinker i als y geschreven in woorden zoals baby 8. Vrije klinker oe als ou zoals in journalist 9. Vrije klinker in woorden met ai: militair 10. Tweeklanken in vreemde woorden: clown 11. Woorden uitgesproken met ks, geschreven als cc: succes 12. Woorden uitgesproken met k(w), geschreven als qu : aquarium 13. Woorden uitgesproken met ks, geschreven als x: examen 14. Woorden met sj, geschreven als ch : chef 15. Woorden met sj, geschreven als g : bagage 16. Woorden met sj, geschreven met j : journaal 17. Woorden met sz : enigszins